“Wanneer moet ik mijn kind laten onderzoek?” Sinds kort geef ik op deze vraag het antwoord “zo jong mogelijk”. In deze blog leg ik je uit waarom ik van mening ben veranderd en waarom een intelligentieonderzoek van grote meerwaarde is.

IQ onderzoek, waarom?
Lange tijd heb ik een onderzoek bij onze oudste twee kinderen tegengehouden. Ik vond het geen toegevoegde waarde hebben. Ik kon zo ook wel zien dat onze kinderen voorliepen, uitdaging nodig hadden en zich beter gedroegen als ik ze veel ruimte en autonomie gaf. Ik ging ervan uit dat mensen in onze omgeving, pedagogisch medewerkers op het kinderdagverblijf en leerkrachten dat ook zouden zien. Niks bleek minder waar te zijn! De meeste mensen die van groot belang waren voor de ontwikkeling van onze kinderen bleken het niet of nauwelijks te zien. Nu terugkijkend kan ik zeggen dat het mijn allergrootste fout (of leerpunt 😊) is geweest. Mijn afwachtende houding en de overtuiging dat anderen het ook zouden zien hebben ertoe geleid dat mijn kinderen niet hebben gekregen wat ze nodig hadden. Inmiddels zijn we jaren verder en zien we hier nog dagelijks de gevolgen van.

Niet gezien worden
Doordat onze kinderen niet gezien werden voor wie ze waren en er te weinig aandacht was voor hun werkelijke behoeften ontwikkelden ze een overlevingsmechanisme. Ze gingen zich anders gedragen om zich in de niet passende situatie staande te kunnen houden. In onze situatie betekende het dat onze kinderen op school niet lieten zien wie ze waren en wat ze konden. Ze hadden zich aangepast, waren voorbeeldige leerlingen en gingen op in de klas. Thuis hadden wij hier enorm veel last van, want alle frustratie kwam er bij ons uit. Van woedeaanvallen, enorme huilbuien tot weigeren om nog naar school te gaan. Uiteindelijk hebben we besloten om onze kinderen te laten onderzoeken. Dat bracht ons heel veel erkenning voor hetgeen wij al langere tijd zagen. Vanaf dat moment konden wij met de leerkrachten om de tafel om inhoudelijk het gesprek te voeren wat ze daadwerkelijk nodig hadden. De strijd of ze nu wel of niet hoogbegaafd waren hoefden wij niet meer te voeren. Hoewel ze nu meer en meer werden gezien voor wie ze zijn en ze ook, mede door een schoolwissel, kregen wat ze nodig hadden, hebben ze nog altijd last van die eerste schooljaren.

Anders doen
Van de worsteling met de twee oudste kinderen hadden we geleerd. Op het moment dat we voor onze derde gingen nadenken over de basisschool hebben we het anders aangepakt. Omdat we voor hem kozen voor een andere basisschool dan voor onze oudste zijn we allereerst met de directeur en de intern begeleider gaan praten over wie hij is en wat hij nodig had. Deze gesprekken zorgde ervoor dat hij, vrij vlot nadat hij was begonnen op school, extra ondersteuning kreeg. Tevens werd hij direct in groep 2 geplaatst waardoor hij in contact kwam met groepsgenoten die qua ontwikkeling op gelijk niveau met hem zaten. We zien hierdoor duidelijk verschil met zijn oudere broer en zus. Hij zit goed in zijn vel, is stabiel, laat zien wie hij is en heeft veel minder de neiging om zich in allerlei situaties aan te passen.